Kleuren op en in de boerderijen in Staphorst
In de negentiende eeuw hadden de Staphorsters voor het woongedeelte een voorkeur voor de kleur ossenbloedrood, een rode kleur met bruine tint. Rond 1900 kwam de houtimitatie van notenhout: een gele kleur als ondergrond met een bruine nerf erin: oker met daarin rauwe gebrande sienna. Het was een speciale techniek om het effect van notenhout te imiteren. Verder hadden ze een voorkeur voor ultramarijn blauw, Staphorster groen en puur wit, echt wit. In de negentiende-eeuwse archieven werd wel gesproken van zink-wit en ook wel van Persianer blauw en Pruisisch blauw.
Het gemeentehuis in Staphorst, de woning van de burgemeester, meesterswoning en de school werd in opdracht van de gemeente geschilderd door het schildersbedrijf H. Goldstein, een joodse familie uit Meppel. Daar werden de kleuren al genoemd en er werd ook gewerkt met de kleur ‘lakmoes’, een kleur vergelijkbaar met die van rode kool met een blauwachtige glans. Dat werd in de negentiende eeuw nog gebruikt. Het is misschien vergelijkbaar met de leverkleur, die elders op boerderijen in Nederland op deuren toegepast werd.
Meer informatie vindt u in de publicatie Echt Overijssels?!
Deze is voor € 7,50 te koop bij KCO en alle boekhandels in Overijssel.

