Klederdracht en rouw in Staphorst

Wanneer er iemand in de familie overleden is gaat een nabestaande die in klederdracht loopt, in rouw. Men loopt in rouw. Afhankelijk van de verwantschap met de overledene worden bepaalde kleuren gedragen en kun je zien of er een neef, nicht of naaste verwante is overleden."

De Staphorster klederdracht beleefde haar bloeiperiode van 1850 tot 1950. Sprekende motieven, materialen en kleuren spraken hun eigen taal. Hiermee werden leeftijd, sociale positie en het gehuwd of ongehuwd zijn tot uiting gebracht. De vrouwen dragen een hoofdbedekking. Door de week is dat meestal een stipwerk-muts. Op zondag en bij kerkelijke gelegenheden wordt het zilveren oorijzer met gouden krullen en een kantmutsje gedragen, voor zover men niet in de rouw is. Voor de rouw golden strikte regels. Sieraden waren bij een vrouw niet aan rouw onderhevig, maar bij een man was dat wel het geval. Tijdens de rouw droeg die een jack dat werd gesloten met twee rijen van negen zilveren knopen. Bij diepe rouw moesten de knopen verhuld worden door een zwart lakens vest. Al was het tropisch warm, tijdens de rouw moest het vest gesloten blijven. Het waren traditionele voorschriften, daar week men niet van af.

 

Meer informatie vindt u in de publicatie Echt Overijssels?!

Deze is voor € 7,50 te koop bij KCO en alle boekhandels in Overijssel.